Stadsgesprek #17 Peter vd Klugt over starterswoningen

Peter van der Klugt is architect, heeft voor veel “grote bureaus” gewerkt, en is inmiddels een zelfstandig architect. Via mijn fractiegenoot Ivar Manuel kwam ik met Peter in contact, omdat hij ideeen heeft over de woningmarkt en hier ook oplossingen voor bedenkt. Zelf heeft Peter dergelijke woningen ontworpen in Lelystad, destijds voor 1 ton gulden te realiseren, maar daar was geen animo voor bij ontwikkelaars. Midden in een van de populairste woongebieden van de stad, de Pijp, ontmoette ik Peter voor een Stadsgesprek.

Woningen voor starters in Amsterdam

“Er is geen startersmarkt in Amsterdam”, begint Peter zijn verhaal. En dat is volgens hem niet goed voor de stad. “Een eenzijdige opbouw van de stad is slecht, je moet zorgen dat het levendig en leefbaar blijft en daar zorgen jongeren voor. Die moet je dan ook aantrekken en vasthouden. Zo zorg je voor een gemengde stad met voor elk wat wils.” Bovendien ziet Peter het eigen woningbezit als het opbouwen van waarde, volgens hem in het tijdperk van zzp-ers en problemen met pensioenen, steeds relevanter.

Daarnaast wijst Peter van der Klugt op het woonmilieu voor die jongeren: “Ik gun ze om hier om de hoek [in de Pijp., SC] te wonen, maar dat is niet te doen. Dit is de goede omgeving, maar de woningen voor hen kosten hier 2 tot 2,5 ton. Eigenlijk is alleen Buitenveldert te doen, met 1,5 ton, maar ja, daar krijgen ze niet de woonomgeving die ze zoeken.”

Gezinnen in de stad

Het was onvermijdelijk om niet te komen te praten over de stadsgezinnen, een thema waar ik al langer mee bezig ben. Peter is zelf zo’n stadsgezin, met een dubbel bovenhuis in de Pijp, momenteel in verbouwing, maar qua ruimte dus wel gezegend. Hij ziet een ander punt dat cruciaal is: “ Gezinnen in de stad, daar moet je zuinig op zijn. De kinderen moeten naar buiten kunnen; kan dat niet, dan gaan mensen weg. Ik zie dat om me heen, vrienden hebben een eigen tuin, een volkstuintje of een camping of iets dergelijks. Zelf staan we op Bakkum, zonder dat zou het niet kunnen.”

Als we komen te praten over de plannen voor eengezinsappartementen van Bas Liesker (zie Stadsgesprek #13), ziet Peter een parallel met de geschiedenis. In de jaren ’20 was er een architect, Hugo Haring, zo vertelt Peter, die zogenaamde middenstandwoningen ontwierp. Hij werkte met kastenwanden en schotjes om extra kamers te creeren, net als Bas Liesker met zijn Heren 5 architecten. “Ik onderschrijf dat wel, gezinswoningen. De tijd dat je voor grote gezinnen drie etages kon samenvoegen is voorbij. Ik zie het bij mijn buren, die hebben vier kinderen en zouden dolgraag een etage erbij willen voegen, maar dat lukte niet. Het is een politieke keus, maar samenvoegen mag hier niet meer.”

De politiek moet iets doen!

De sleutel om iets te doen aan betaalbare starterswoningen ligt volgens Peter bij de politiek, aangezien het gaat om de grondkosten. “Ik vind het maar raar, je hebt in Amsterdam het middel, de erfpacht, en de noodzaak is er, anders komen de jongeren er niet tussen, dus doen ook iets!! De erfpacht daar zit de bottleneck; de aannemer kan het voor weinig bouwen, het ontwerp ook, stuur dus op die grondkosten.” Als het aan Peter ligt komen de oude Premie A en B woningen terug met een anti-speculatie beding, anders lukt het niet. “Amsterdam trekt al die jonkies aan, ze komen hierheen en moeten dan ook een plekje hebben. Dat is er alleen niet en daardoor ontstaan rare en ongewenste situaties. Dat kan je individuele verhuurders niet kwalijk nemen.” Peter ziet steeds meer ouders helpen bij het kopen van een etage voor hun kind, een fenomeen dat recent ook in de krant werd beschreven.

Tenslotte

In ons gesprek werd duidelijk dat Peter een goed eblik op de problemen van de Amsterdamse woningmarkt heeft. Zijn oproep aan de politiek om “iets te doen” neem ik ter harte. We hebben als D66 het punt van de modale huurwoningen inmiddels stevig op de agenda gekregen, maar het probleem van de starters om ertussen te komen op de Amsterdamse woningmarkt is een ander nijpend probleem. En een probleem dat voor Amsterdam grotere gevolgen kan hebben. Immers, als er geen nieuwe mensen de stad in kunnen komen, dreigt het gevaar van vervlakking en starheid. En dat zou voor Amsterdam wel eens noodlottig kunnen zijn.

Als laatste wijst Peter mij op een zogenaamde Ted-lezing van Jaime Lerner, ook een architect en inmiddels gouvernbeur van zijn staat Parana in Brazilie, na meerdere periodes burgemeester van de hoofdstad daarvan, Curitiba, geweest te zijn. Deze Lerner is erg bezig met de duurzaamheid van de stad en ziet als oplossing daarvoor een compacte stad, korte afstanden en door het inzetten van een “light rail bussysteem”  in plaats van een metro onder de grond. Dit onder het prachtige motto “metronizing the bus”; wellicht ook een leerpunt voor Amsterdam….