Stadsvernieuwing: kleinschaligen zaten bijna goed...
Een boek dat ik al een tijdje op mijn “te lezen”-lijstje had staan was “Amsterdam op de Helling” van Herman de Liagre Böhl over de stadsvernieuwing in de stad. Mijn GroenLinks collega Jan Hoek bleek het in zijn bezit te hebben en was zo vriendelijk het mij, langdurig, te lenen. De kloeke pil beschrijft de geschiedenis van de stadsvernieuwing vanaf eind jaren ’60 met een aantal algemene hoofdstukken en per stadsvernieuwingsbuurt een hoofdstuk. Uiteindelijk is het ook een lofzang op Jan Schaefer, de sterke man van de PvdA, beroemd geworden om zijn “in geouwehoer kan je niet wonen”.
Net als bij eigenlijk alle grote dossiers in Amsterdam en de Amsterdamse politiek draait het bij de stadsvernieuwing om de gedachten bij de Partij van de Arbeid. De Liagre Böhl beschrijft in zijn boek de omslag binnen deze partij van de voorstanders van grootschalige cityvorming naar de kleinschalige “bouwen voor de buurt”-propagandisten.
Als het aan de eerste groep had gelegen waren de binnenstad en de wijken daaromheen grotendeels gesloopt, was het stadshart het domein geworden van kantoren in wolkenkrabbers, goed bereikbaar via doorgaande wegen en de wijken eromheen opgebouwd volgens de principes van de tuinsteden: licht, lucht en ruimte en strikte scheiding van de functies wonen, werken, ontspannen en verkeer.
Voordat zij hun sloopkogels nog uitgebreider aan het werk konden zetten dan ze hadden gedaan met de Wibautstraat, Weesperstraat en Haarlemmer Houttuinen, wonnen de kleinschaligen het pleit. Zij wilden juist de buurt houden zoals die was, pand voor pand renoveren en vooral, of zelfs uitsluitend, woningen terugkrijgen die er al waren: klein en goedkoop.
Dat laatste is dan ook wat Schaefer deed :100 % sociale woningbouw, snel opgetrokken, zodat mensen er konden blijven wonen. Hij trok enorme sommen geld vanuit het Rijk aan hiervoor en wist de bouwproductie tot grote hoogten te doen stijgen. Op die man zijn vele PvdA-ers trots, maar als je rondfietst in de Pijp, Kinkerbuurt, Indische Buurt of Dapperbuurt kan je ook vraagtekens zetten bij zijn bouwwoede. Het ziet er allemaal niet even mooi uit. Sterker: de betonplaten en pastelkleurige balkonnetjes zijn eigenlijk erg onaantrekkelijk. En behalve wonen is er vaak niks te doen, geen winkels of andere functies. En het is allemaal sociale huur, waardoor er geen diversiteit aan bewoners is.
Waar de kleinschaligen en Schaefer als hun voorman gelijk hadden in mijn ogen was het stoppen van de grootschalige doorbraken en vervanging van alle bestaande bouw. Maar waar ze fout zaten was de eenzijdigheid waarmee ze bouwden. Voor die laatste fout zijn we nu al jaren bezig om de woningvoorraad diverser te maken: vrije huur en koopwoningen. Want dat er meer mensen zijn dan lage inkomens die in de stad willen wonen, daar zijn we inmiddels achter….
Zie ook mijn eerdere blog over gezinnen in de stadsvernieuwing
Herman de Liagre Böhl, “Amsterdam op de helling. De strijd om de stadsvernieuwing” (Boom, 2010)
Blog
16.05.2012
Amsterdam Werelddorp: transformatie
07.05.2012
Herdenken en vieren in de stad
01.05.2012
Val kabinet biedt Amsterdam kansen
21.04.2012
Amsterdam Werelddorp: De winkel is dood, lang leve de winkel
09.04.2012
Wat ik tot nu toe in de gemeenteraad zoal heb gedaan
08.04.2012
02.04.2012
Cruises, kunstmest en staal in het Noordzeekanaalgebied
29.03.2012
Amsterdam Werelddorp: van afwerkplek naar boulevard
23.03.2012
Idee voor A'dam wordt realiteit: cricket op het Museumplein
15.03.2012
Archief
- mei (2012)
- april (2012)
- maart (2012)
- februari (2012)
- januari (2012)
- december (2011)
- november (2011)
- oktober (2011)
- september (2011)
- augustus (2011)
- juli (2011)
- juni (2011)
- mei (2011)
- april (2011)
- maart (2011)
- februari (2011)
- januari (2011)
- december (2010)
- november (2010)
- oktober (2010)
- september (2010)
- augustus (2010)
- juli (2010)
- juni (2010)
- mei (2010)
- april (2010)
- maart (2010)
- februari (2010)
- januari (2010)
- december (2009)
- november (2009)
- oktober (2009)
- september (2009)
